Wat is ethische welvaart?

Verslag filosofisch gesprek 06-09-2026

 

Welvaart moet gedeeld worden; welvaart is iets wat in algemene zin voor mensen moet kunnen bestaan. Maar wanneer we over welvaart spreken, hebben we het dan wel over hetzelfde? Welvaart kan betrekking hebben op materiële voorspoed, maar ook op geluk, welzijn, vrijheid, gezondheid, veiligheid en de mogelijkheid om een goed leven te leiden. Het begrip kan dus veel verder reiken dan alleen economische rijkdom.

Iedereen heeft bepaalde denkbeelden over wat welvaart inhoudt. Deze denkbeelden zijn mede gevormd door onze opvoeding, cultuur, omgeving en de informatie waartoe we toegang hebben. We lopen daarbij het risico onze eigen opvatting over welvaart op anderen te projecteren. Maar zijn onze bestaande opvattingen over welvaart eigenlijk wel juist?

Daarmee rijst een fundamentele vraag: als iemand ‘wel vaart’, kunnen we dat dan objectief vaststellen of is welvaart uiteindelijk subjectief? Kan ieder individu welvaart op zijn of haar eigen manier invullen?

Het nastreven van welvaart is gebaseerd op individuele en collectieve aannames over wat mensen nodig hebben om een goed leven te leiden. De vraag is daarom niet alleen wat mensen nodig hebben, maar ook wie of wat daarvoor verantwoordelijk is. Welke behoeften moeten mensen zelf kunnen vervullen en welke voorzieningen moet een samenleving of overheid garanderen? In andere woorden: moet ik het bij mezelf zoeken of bij het systeem; is het een persoonlijke kwestie of een systeemkwestie?

Ten slotte rijst de ethische vraag of er zoiets bestaat als ethische en onethische welvaart. Hoe zouden we welvaart moeten definiëren en creëren? En mogen we een bepaalde opvatting van ‘goede’ of ‘ethische’ welvaart aan anderen opleggen?

De piramide van Maslow

Een van de theorieën die in het gesprek werd ingebracht, was de piramide van Maslow. Deze theorie ordent menselijke behoeften hiërarchisch. Aan de basis staan fysiologische behoeften die noodzakelijk zijn om te overleven, zoals voedsel, water en onderdak. Daarboven bevinden zich onder meer behoeften aan veiligheid en sociale verbondenheid. Aan de top staat zelfactualisatie: de mogelijkheid om jezelf te ontwikkelen en je eigen leven vorm te geven.

Vanuit deze theorie kan worden geredeneerd dat bepaalde behoeften fundamenteler zijn dan andere. Er werd gesteld dat de eerste levensbehoeften voor alle mensen als biologische wezens in grote lijnen hetzelfde zijn. Pas wanneer aan deze fundamentele behoeften is voldaan, zou er sprake kunnen zijn van welvaart in een ethisch relevante betekenis.

Een verdergaande positie is dat er pas werkelijk sprake is van welvaart wanneer mensen niet alleen in hun basisbehoeften kunnen voorzien, maar ook de mogelijkheid hebben om aan hun sociale en persoonlijke behoeften te voldoen en zichzelf te ontplooien.

Bovendien, de gedachte dat behoeften strikt hiërarchisch zijn en dat eerst de lagere behoeften moeten zijn vervuld voordat hogere behoeften ontstaan, is omstreden.

Objectieve aspecten van welvaart

Bestaat er zoiets als objectieve welvaart? Bepaalde aspecten ervan kunnen redelijk objectief worden vastgesteld. Hoewel mensen fysiologisch van elkaar verschillen, kunnen we bijvoorbeeld redelijk goed bepalen welke minimale hoeveelheden voedsel, water en beschutting noodzakelijk zijn om te overleven. In die zin hebben sommige aspecten van welvaart een objectieve basis.

Bij andere aspecten wordt dit moeilijker. Wat iemand nodig heeft om sociale verbondenheid, vrijheid of zelfactualisatie te ervaren, is minder eenvoudig objectief vast te stellen. De vraag ontstaat dan waar de grens ligt tussen universele menselijke behoeften en individuele voorkeuren.

Welvaart heeft daarnaast een economisch en financieel aspect. Het bruto nationaal product (bnp) per inwoner wordt vaak gebruikt als indicator voor de economische positie van een land. Een hoger bnp kan de overheid bijvoorbeeld meer mogelijkheden bieden om voorzieningen zoals zorg, onderwijs, infrastructuur en sociale zekerheid te financieren. Toch kan welvaart niet volledig worden teruggebracht tot één economische indicator.

Daarom worden ook andere indicatoren gebruikt om levensomstandigheden, welzijn, levensverwachting, onderwijs en ervaren geluk in kaart te brengen. Bij dergelijke cijfers moeten we ons steeds afvragen wat precies wordt gemeten, hoe dat wordt gemeten en of de meetmethode tussen landen en door de tijd heen vergelijkbaar is. Toch kunnen dergelijke onderzoeken helpen om verschillende, zowel objectieve als subjectieve, aspecten van welvaart zichtbaar te maken.

 

Subjectieve en relatieve aspecten van welvaart

Niet alle aspecten van welvaart zijn objectief. Welvaart heeft ook een subjectieve en relatieve dimensie. Mensen spiegelen zich vaak aan elkaar en mensen vergelijken hun situatie vaak met die van anderen.

Het is bijvoorbeeld mogelijk dat mensen zich relatief tevreden voelen terwijl zij weinig materiële bezittingen hebben, omdat de mensen in hun directe omgeving eveneens weinig bezitten. Wanneer een buur vervolgens aanzienlijk rijker wordt, kan dat leiden tot gevoelens van jaloezie of ontevredenheid. Hierdoor kan iemand zijn eigen situatie anders gaan beoordelen, zonder dat de materiële omstandigheden daadwerkelijk zijn veranderd.

In die zin kan de ervaren welvaart mede afhankelijk zijn van sociale vergelijking. Een van de deelnemers vatte dit provocerend samen als de gedachte dat welvaart kan worden afgemeten aan de mate van jaloezie.

Daarmee komen we bij het onderscheid tussen basisbehoeften, materieel comfort en steeds nieuwe verlangens. Een mens lijdt omdat een mens steeds weer verlangt naar iets anders. Vanuit dat perspectief kan een overvloed aan mogelijkheden niet automatisch tot meer ervaren welvaart leiden.

Dit roept ook de vraag op welke rol reclame en consumptiecultuur spelen. Een van de deelnemers stelde dat een verbod op reclame de algemene welvaart mogelijk zou kunnen verhogen, omdat marketing mensen kan aanzetten tot het ontwikkelen of versterken van behoeften die zij daarvoor niet hadden. Daar staat tegenover dat reclame ook informatie kan verschaffen en keuzevrijheid kan ondersteunen. De vraag is dus of reclame behoeften creëert, bestaande behoeften versterkt of beide doet.

Een andere vraag is of het westerse model van welvaart als voorbeeld zou moeten dienen voor andere delen van de wereld. Leidt het overnemen van westerse consumptiepatronen en economische structuren daadwerkelijk tot meer welzijn en welvaart? Of zijn er andere manieren waarop samenlevingen hun behoeften kunnen vervullen? Deze vraag is moeilijk te beantwoorden, mede omdat opvattingen over een goed leven cultureel en historisch verschillen.

Systeemkwesties

Welvaart hangt niet alleen samen met individuele keuzes, maar ook met het maatschappelijke en politieke systeem waarin mensen leven. Veel filosofen hebben zich daarom beziggehouden met de vraag hoe een rechtvaardige of goede samenleving eruit zou moeten zien.

Mensen hebben verschillende theorieën, ideologieën en bestuurssystemen ontwikkeld met als doel de samenleving op een bepaalde manier in te richten. De staat kan bijvoorbeeld de taak krijgen om economische welvaart, veiligheid, rechtsbescherming, publieke voorzieningen en individuele vrijheden te waarborgen.

Daarbij rijzen vragen over de schaal waarop bestuur het beste kan plaatsvinden. Welke verantwoordelijkheden horen lokaal, nationaal of internationaal te worden geregeld? En wie behoort tot de gemeenschap waarvoor welvaart moet worden nagestreefd? Gaat het uitsluitend om burgers van een bepaalde staat, of hebben we ook verantwoordelijkheden tegenover mensen buiten onze eigen grenzen en tegenover toekomstige generaties?

Deze vragen leiden tot een fundamentelere kwestie: moeten we het huidige systeem behouden, geleidelijk hervormen of snel en radicaal veranderen? Daarbij moeten we niet alleen kijken naar de gevolgen voor onszelf, maar ook naar de gevolgen voor anderen en voor de natuurlijke omgeving.

In de geschiedenis zijn verschillende opstanden, revoluties en conflicten ontstaan vanuit onvrede over de verdeling van macht, middelen en welvaart. Liberalisme, socialisme en communisme vertrekken bijvoorbeeld vanuit verschillende mens- en maatschappijbeelden en geven verschillende antwoorden op de vraag hoe de samenleving het beste ingericht kan worden en hoe welvaart (wereldwijd) tot stand komt.

Daarmee blijft de vraag bestaan of er überhaupt één vorm van welvaart en één bijbehorend maatschappelijk systeem bestaat die aan iedereen kan worden opgelegd. Misschien bestaat zo’n universeel model niet. Tegelijkertijd is enige vorm van maatschappelijke ordening onvermijdelijk wanneer mensen samenleven.

Verdelingsvraagstuk

Elk maatschappelijk systeem roept vragen op over de verdeling van middelen, kansen, lasten en opbrengsten. De centrale vraag is: hoe moeten de beschikbare middelen en de vruchten van economische activiteit worden verdeeld, en wie moet welke lasten dragen?

Het economische en financiële systeem is onder meer ontwikkeld om handel en uitwisseling mogelijk te maken. Geld functioneert daarbij als ruilmiddel, rekeneenheid en middel om goederen en diensten te verkrijgen die bijdragen aan het vervullen van behoeften en verlangens.

Een invloedrijke theorie binnen de filosofische ethiek is het utilitarisme, onder andere ontwikkeld door Jeremy Bentham. Vanuit een utilitaristisch perspectief moet worden gestreefd naar een zo groot mogelijke hoeveelheid welzijn of geluk voor zo veel mogelijk mensen. Dat kan in sommige gevallen betekenen dat de belangen van een minderheid worden opgeofferd voor een groter totaalvoordeel.

De vraag is echter of dit principe voldoende is als algemene leidraad. Dat hoeft niet het geval te zijn. Naast het maximaliseren van welzijn kunnen ook andere waarden moreel relevant zijn, zoals rechtvaardigheid, vrijheid, gelijkheid en duurzaamheid. Een handeling kan immers het totale welzijn vergroten en toch als onrechtvaardig worden beschouwd wanneer een bepaalde groep daarvoor onevenredig zwaar wordt benadeeld.

Rechtvaardigheid, gelijkheid, vrijheid en duurzaamheid

Een belangrijke vraag is of de welvaart van de ene persoon ten koste kan gaan van de welvaart van een ander. Dit wordt vooral problematisch wanneer welvaart sterk verbonden is met economische groei. Als economische productie en consumptie blijven toenemen, wat zijn dan de ecologische grenzen aan die groei? Beschikken we over voldoende grondstoffen en natuurlijke hulpbronnen om iedereen een hoog consumptieniveau te laten bereiken?

Daarbij kan ook de vraag worden gesteld of de natuurlijke rijkdom van de aarde niet in zekere zin een gemeenschappelijk goed is en of iedereen daarom aanspraak heeft op een eerlijk aandeel.

Overheden proberen via regelgeving soms een rechtvaardigere, gezondere, duurzamere of ethischere vorm van welvaart te bevorderen. Voorbeelden zijn belastingen op tabak, alcohol, suiker en vlees, regelgeving rond voedsel en milieubelasting en keurmerken zoals Fairtrade. Dergelijke maatregelen kunnen door een deel van de bevolking worden beschouwd als betutteling en beteugeling. 

Een ethiek die uitsluitend gericht is op zelfverrijking lijkt moeilijk verenigbaar met een brede opvatting van welvaart. Individuele en maatschappelijke welvaart beïnvloeden elkaar immers. De vraag is daarom hoe individuele vrijheid en collectieve belangen met elkaar in evenwicht kunnen worden gebracht.

Dit leidt tot de vraag of er zoiets bestaat als ‘onethische welvaart’. In de geschiedenis zijn groepen en individuen rijk geworden door anderen uit te buiten of door schade toe te brengen aan de natuurlijke omgeving. In zo’n geval kan men spreken van onethisch verkregen welvaart. Er bestonden én bestaan allerlei vormen van exploitatie.

Daarmee ontstaat echter een nog fundamentelere vraag: kan iets werkelijk als welvaart worden beschouwd wanneer het tot stand komt door ernstige schade aan anderen of aan de leefomgeving?

Onwetendheid en onvoorziene gevolgen

De gevolgen van ideeën, handelingen, beleid en technologische ontwikkelingen zijn nooit volledig te overzien. Bovendien is de samenleving niet statisch; de samenleving verandert voortdurend. Daarom is het waarschijnlijk onmogelijk om een perfecte samenleving of een definitieve vorm van perfecte welvaart te ontwerpen en te realiseren. Zoals een van de deelnemers het formuleerde: ‘Je kunt het nooit iedereen naar de zin maken.’

Veel economische activiteiten veroorzaken ecologische schade, terwijl tegelijkertijd grote groepen mensen ervan afhankelijk kunnen zijn voor hun inkomen en levensonderhoud. Hoe moeten zulke belangen tegen elkaar worden afgewogen? Een eenvoudige oplossing is meestal niet voorhanden, omdat verschillende waarden en belangen met elkaar botsen.

Ook technologie kan zowel welvaart vergroten als nieuwe vormen van schade en ongelijkheid veroorzaken. Dat heeft de industriële revolutie wel laten zien. Hoe dat met nieuwe opkomende technologieën en technologische revoluties (zoals kunstmatige intelligentie) zal verlopen, valt nog te bezien. Willen we dat nieuwe technieken ethisch ingezet worden en ethische/inclusieve/brede welvaart creëren, dan is goede regelgeving en wetgeving noodzakelijk. 

Tijds- en plaats afhankelijk

Onze opvatting van welvaart is mede afhankelijk van de tijd en de plaats waarin we leven. Een koning in de middeleeuwen was misschien welvarend, maar kon niet naar de tandarts wanneer hij last had van kiespijn. Vele voorouders konden niet naar de tandarts. Zo was er bijvoorbeeld ook geen riolering, geen airconditioning etc. Veel voorzieningen die wij tegenwoordig als vanzelfsprekend beschouwen, bestonden toen nog niet.

Ook het recht op- en toegang tot zorg en onderwijs is een recent fenomeen die we tegenwoordig beschouwen als fundamentele voorwaarden voor een goed leven. Wat wij tegenwoordig als fundamentele voorwaarden voor een goed leven beschouwen, was voor eerdere generaties niet of nauwelijks beschikbaar. Bovendien zijn dergelijke voorzieningen vandaag de dag nog steeds niet overal ter wereld toegankelijk of de voorzieningen zijn zeer gebrekkig.

Tegelijkertijd lijkt de ontwikkeling van welvaart nieuwe behoeften en verlangens voort te brengen. Wanneer aan bepaalde behoeften is voldaan, ontstaan er vaak nieuwe wensen. We streven bijvoorbeeld naar meer kennis en informatie, beter onderwijs, gezondere voeding, betere gezondheidszorg, meer ontspanning en een schonere leefomgeving.

Daarmee kan de vraag worden gesteld of er überhaupt een eindpunt van welvaart bestaat. Misschien is welvaart in zekere zin oneindig uitbreidbaar, omdat er altijd nieuwe mogelijkheden ontstaan om het menselijk leven te verbeteren. Technologische ontwikkelingen kunnen die mogelijkheden verder vergroten. Zo zouden we in de toekomst mogelijk het DNA van mensen of andere organismen kunnen aanpassen om bepaalde eigenschappen of levensomstandigheden te verbeteren. Maar het feit dat iets technisch mogelijk is, betekent nog niet dat het ook wenselijk of ethisch verantwoord is.

Conclusie

Welvaart kent veel verschillende dimensies. Sommige aspecten ervan zijn relatief objectief vast te stellen, zoals toegang tot voedsel, water, huisvesting en gezondheidszorg. Andere aspecten zijn sterker subjectief en afhankelijk van individuele behoeften, verlangens en sociale vergelijking.

Daarnaast heeft welvaart zowel materiële als immateriële dimensies. Economische rijkdom kan bijdragen aan welvaart, maar is er niet aan gelijk. Welvaart is bovendien niet uitsluitend een individuele kwestie. De manier waarop een samenleving economisch, politiek en juridisch is georganiseerd, bepaalt mede welke kansen mensen hebben om in hun behoeften te voorzien.

Ten slotte is onze opvatting van welvaart tijds- en plaatsgebonden. Wat wij vandaag als noodzakelijk beschouwen, was dat in het verleden misschien niet en kan in de toekomst weer veranderen. Tegelijkertijd blijven bepaalde fundamentele menselijke behoeften relatief constant.

De belangrijkste filosofische vraag is daarom misschien niet alleen hoeveel welvaart we kunnen creëren, maar vooral wat we onder welvaart verstaan, voor wie we haar creëren en tegen welke prijs. Een antwoord daarop vereist een voortdurende afweging tussen vrijheid, gelijkheid, rechtvaardigheid, welzijn en duurzaamheid.

Wij danken de deelnemers voor hun aanwezigheid. Het volgende gesprek is op 4 oktober 2026.

Wil je graag eens komen, wij komen iedere eerste zondag van 14.00 tot 17.00 uur bijeen in de Engelsestraat 30 in Bergen op Zoom. Of neem een kijkje op onze website www.filocafe.nl of onze facebooksite “Sapere Aude”.

Je bent van harte welkom.

 

Aantal deelnemers: 9

De ingebrachte vragen waren:

  1. Wat is rust?
  2. Wanneer ben je trouw aan jezelf?
  3. Wat is ethische welvaart?

Deel

Oudere Berichten

Wat is creatie?

Verslag filosofisch gesprek 04-10-2026 Tegen de wand van de zaal waar de deelnemers gewoonlijk samenkomen, leunde een groot schilderij. Het beeldde een kanaal, een dijk en een grote fabriek af:

Wat is het nut van filosofie?

Deze middag stond de volgende vraag centraal: wat is het nut van filosofie?Al snel bleek dat die vraag moeilijk los te zien is van een andere vraag: wat ís filosofie

Moet je kiezen?

Moet je kiezen? Verslag filosofisch gesprek 03-05-2026 Men koos deze middag voor de vraag: moet je kiezen? Velen kennen het gevoel op een kruispunt in hun leven te staan. Je

Stuur ons een bericht

Back to top