Voor wat, hoort wat!
Verslag filosofisch gesprek 01 maart 2026
De inbrenger stelt zich de vraag of men altijd een wederdienst mag verwachten of dat deze zich vanzelf aandient. Hij geeft een voorbeeld van een dienst die iemand belangeloos verleend en er jaren later een wederdienst plaatsvindt. Deze wederdienst is gebaseerd op de herinnering van destijds. Welke criteria gelden als we dit benoemen?
De eerste gedachte die opkomt is dat ‘dienst en wederdienst’ de vorming en opbouw van een samenleving is. Vanuit het voorbeeld noemt een andere deelnemer dat het verlenen van een onbaatzuchtige dienst allereerst een goed gevoel oplevert voor de gever. Hiermee wordt gerefereerd aan altruïsme. Er was namelijk geen verwachtingspatroon en de dienst was compleet in het belang van de ander. Daar wordt meteen op gereageerd door anderen die opmerken dat altruïsme niet bestaat omdat je een belangeloze dienst verlenen altijd voor jezelf doet. Grosso modo denken de deelnemers dat het nooit alleen maar “Voor wat, hoort wat” is.
Recht hebben
Het hoeft, meent men, niet persé één op één te zijn; dus voor iedere dienst een wederdienst. Toch is het mogelijk, merkt iemand op, dat je daarmee schuldgevoelens voedt. Je bent nog iets aan iemand verplicht die je eerder een dienst heeft bewezen. Een ander effect wat het kan hebben op de gever, is dat deze meent nog een soort van ‘recht’ te hebben op een wederdienst. Daarmee rijst de vraag “Verwerf ik een recht als ik iets goeds doe?”. Het creëert, vindt men, een verwachting terwijl we steeds vaker van mening zijn dat het belangrijk is juist geen verwachtingspatronen te hebben.
Wie goed doet, wie goed ontmoet
Iedereen wil het goede doen. Ik beschouw het als mijn plicht, noemt één van de deelnemers. Kants ethiek refereert hieraan. Hij zag het als een universeel principe; een morele wet. Daarover schrijft hij: Handel zo dat uw principe van actie als universele wet kan gelden. Dit betekent dat je alleen mag handelen volgens regels die je zou willen dat iedereen volgt. Handel zo dat je de mensheid, zowel in je eigen persoon als in die van anderen, altijd tegelijk als doel beschouwd en nooit slechts als middel gebruikt. Ook in de ethiek wordt dit onderwerp steeds beschouwd vanuit een rationeel standpunt. Voorbeeld van een deelnemer die iemand uit Jemen boeken heeft gegeven om verder in het leven te kunnen.
Waarom geeft men
Sommige mensen werken vanuit empathie of een karma. Maar hoe vaak doe je iets totdat je het niet meer doet? Dat vragen we ons vervolgens af. Een deelnemer geeft het volgende voorbeeld. Hij heeft een vrouw -die gevallen was- een fleecedeken tegen de kou gegeven. Natuurlijkerwijs verwacht hij dat die vrouw de deken terugbezorgd. Maar als dat niet het geval blijkt te zijn, nemen de twijfels over de geboden hulp toe. Vervolgens blijkt dat het gemis van de fleecedeken meer aandacht krijgt dan de geboden hulp. Als we dit opschalen naar een hoger niveau, zien we dat er sprake is van een systeem. Zowel economisch als in het sociale leven is het zichtbaar. Een systeem dat dynamische is waarbij de gevende partij wel een voordeel moeten ervaren. Het eigen belang staat daarbij centraal. Dat belang kan van economische of financiële aard zijn maar het criterium kan ook bestaan uit erkenning of gezien worden. Dit impliceert dan toch weer een wederzijdsheid. Daarmee stellen we toch dat de basisvraag een interactief geheel is. Een goedkope trui is geen probleem, maar als je een dure trui weggeeft die nooit terug komt, dan doe je dat nooit meer.
Macht
Maar, meent een deelnemer, een dienst verlenen is altijd opportuun en dient de noden van iemand anders. Als het ‘goed uitkomt’ geef je en dat creëert ook een soort macht. Aan de andere kan hebben we gelukkig ook een moreel besef ontwikkeld. Dat kan doorslaggevend zijn waarmee we wellicht verder zullen komen dan met het recht van de sterkste en macht. Er wordt een beeldverhaal vertelt met de onderliggende vraag: “Wat verstaan we onder macht?”. Een boeddhistisch klooster werd overvallen en iedereen vluchtte met uitzondering van één monnik. De overvaller zegt: “Weet je dat ik met één haal van mijn zwaard je hoofd af kan hakken”. Waarop de monnik zegt: “Weet je dat ik dat gewoon kan laten gebeuren”. Vervolgens werd nog een voorbeeld genoemd waarbij men een machtssituatie creëren bij anderen. In een geval van schaarste geef je 1 persoon iets waardoor hij/zij een macht in een groep krijgt. Andere vinden dat macht een ongemakkelijk woord is omdat je over een andere verhouding hebt.
Het systeem
We vragen ons na de pauze meer af hoe ‘het systeem’ achter de uitgangsvraag werkt. Hebben we te maken met een herhalingsfactor die bepalend is? Heeft het te maken met balans in je leven krijgen? Wat als er sprake is van een noodsituatie, b.v. een drenkeling? Dat is een andere manier van ons intermenselijke systeem n.l. het redden van iemand in nood. Als laatste kijken we even naar wat hoort b.v. in het familiesysteem. Voor wat, hoort wat! Wat hoort b.v. in een relatie tussen ouder en kind of tussen collega’s. “Wat hoort” is een ethische term. Het is allereerst een menselijke kwaliteit en ten tweede is het iets wat zich kan onttrekken aan systemen en verwachtingen en gevoelens. Toch, merkt men op, dat het juist wel trekt aan systemen. Bijvoorbeeld de liefde voor je kleinkinderen wordt gevoed door een hormoon Oxytocine die aanzet tot de gevoelens. Een systeem wat het menselijke lichaam zelf inzet zodra je kleinkinderen krijgt. Een soort programma wat zich vanzelf opstart in je lichaam en ervoor zorgt dat je “gepast of volgens de norm” reageert.
Herhalingsfactor.
Iedere handeling is uniek. Elke mens is uniek. Jij bent wat je doet omdat je door je leven zo geworden bent. Toch verwachten mensen als je aardig bent voor mensen dat je niet geslagen wordt. Je houdt er altijd rekening mee dat wat je doet dat dat tot een passende reactie op komt.
Hiermee sluiten we weer een boeiend gesprek af en bedanken alle deelnemer.
De volgende bijeenkomst zou op 5 april zijn maar dat is paaszondag. Deze komt dus te vervallen. Graag zien we u weer op de volgende bijeenkomst 3 mei.
Moderator: Mathijs
14 deelnemers
Ingebrachte vragen:
- Bestaat een eigen mening
- Wat is persoonlijkheid
- Wat maakt een samenleving?
- Voor wat hoort wat?



